Acceptance and Commitment Therapy (ACT) wordt vaak geassocieerd met concrete oefeningen: leren omgaan met gedachten, accepteren wat je niet kunt veranderen, doen wat waardevol is. Psycholoog Monique Samsen werkt al jaren met ACT, maar ziet dat de kracht van de methode niet zozeer zit in de interventies zelf, maar in het begrijpen van het gedrag dat eraan voorafgaat. “Pas als je weet waarom iemand doet wat hij doet, kun je op het juiste moment de juiste interventie inzetten.”
Die verschuiving – van doen naar begrijpen – vormt de kern van haar nieuwe boek. Waar haar eerste boek uit 2016 vooral gericht was op toepasbare oefeningen, staat nu het gedragsverklarende model centraal. “ACT is geen grabbelton waar je lukraak oefeningen uit haalt. Het vraagt om timing, afstemming en inzicht in de onderliggende processen.” Op basis hiervan ontwikkelde zij het ACT4life-model wat handvatten geeft om diagnostiek en behandeling vorm te geven.
ACT begrijpelijk maken
Samsen begon met ACT in de kinder- en jeugdpraktijk. Het bestaande materiaal vond zij vaak te abstract. “Ik zocht naar een manier om kinderen en jongeren te laten zien wat er van binnen gebeurt.” Dat leidde tot het werken met symbolische figuren zoals de kat, de uil en de olifant. De kat staat voor impulsiviteit en het volgen van prikkels, de uil voor het denken en de overtuigingen, de olifant voor het lichaam en het vermogen om te vertragen. “Met die beelden kon ik zichtbaar maken hoe die processen elkaar beïnvloeden. Dit blijkt een speelde manier om gedrag systematisch te verklaren.”
Gaandeweg werd duidelijk dat het model niet alleen voor kinderen werkte. Ook volwassenen herkenden zich in de patronen. “Dan snappen mensen ineens waarom ze vastlopen, waarom stress steeds terugkomt, of waarom verandering maar niet lukt.”
Van losse oefeningen naar een plattegrond
Samsen merkte dat niet alleen de oefeningen het verschil maakten, maar vooral het inzicht in patronen. Ze ontwikkelde een gedragsverklaringsmodel, letterlijk vormgegeven als een plattegrond op de grond waar cliënten fysiek doorheen bewegen. “Je ziet waar iemand vastloopt. Is het vooral de stroom gedachten? Of is het verhoogde lichamelijke spanning? Of juist de combinatie?”
Dat inzicht maakt interventies gerichter. “Iemand met een hoofd vol negatieve overtuigingen en een lijf in voortdurende spanning ervaart veel stress. Maar de ingang kan verschillen. Soms moet je eerst met het lichaam werken, soms met het denken.”
Stress, vermijding en het lichaam
Een belangrijk thema in het model is vermijding. Vluchten voor reëel gevaar is gezond. Weg willen van ongemak is menselijk. Maar het wordt problematisch als het gaat om ingebeeld gevaar. “Het lichaam blijft dan in een staat van paraatheid. Je vecht voortdurend tegen iets wat er niet werkelijk is.” Die chronische spanning heeft lichamelijke gevolgen: hoge bloeddruk, verstoorde slaap, darmklachten en een verhoogd risico op metabole aandoeningen. Samsen verwijst naar het concept van allostatische overbelasting: het punt waarop het systeem structureel overbelast raakt.
“ACT helpt mensen niet om gedoe weg te nemen, want gedoe is er altijd. Met ACT ga je kijken hoe je ondanks het gedoe verder kan. Acceptatie is niet ‘oké en door’. Het is rouwen, verlies onder ogen zien en pas daarna kijken: en nu?”
De halte waar niemand wil zijn
In haar model reizen cliënten langs verschillende ‘plekken’. Een centrale plek is de halte: het moment van stilstand, rouw en lichamelijke ontspanning. “Dat is de plek waar mensen het liefst omheen lopen. Maar het lichaam weet vaak al dat dit nodig is. Je ziet dat aan de lichaamstaal die samen gaat met een diepe zucht. Dan is er ruimte voor de acceptatie, en gaan mensen vaak huilen. Huilen is ook emotieregulatie. Veel cliënten ervaren dat als een opluchting, zodra ze begrijpen dat het bij herstel hoort.”
Van zorgverlener tot leefstijlcoach
ACT is breed inzetbaar en kent geen contra-indicaties, benadrukt Samsen. Wel vraagt het om zorgvuldigheid. “Je moet weten wie je voor je hebt en waar iemand zich bevindt, en waar hoe de behandelrelatie is. Niet elke oefening past bij elk moment of elk persoon.” Cruciaal is compassie. “Niet afstraffen, niet veroordelen. Gedrag heeft altijd een reden.”
Het ACT4life-model biedt ruimte voor iemands geschiedenis en maakt het mogelijk om samen te onderzoeken waar patronen vandaan komen. Juist daarom is het verklarende model ook waardevol voor zorgprofessionals buiten de GGZ, zoals fysiotherapeuten, diëtisten, ergotherapeuten en leefstijlcoaches. “Zij hoeven geen psychotherapie te doen, maar kunnen wel beter begrijpen waarom gedrag niet verandert.”
Bij leefstijlproblemen ligt vaak meer onder de oppervlakte. Eten kan troost bieden, veiligheid of afleiding zijn. “Dat is niet alleen ongezond gedrag; het heeft een functie gehad. Stoppen vraagt afscheid nemen, en dat is rouw. Dat is de halte. Pas daarna kun je verder om het eetpatroon te veranderen.
Twee ACT-oefeningen voor in de praktijk
Samsen beschrijft twee eenvoudige oefeningen die zorgprofessionals kunnen gebruiken. Basis hiervoor is wel dat er voldoende vertrouwen is en een goede behandelrelatie is ontstaan.
- Met je hoofd aan de wandel
Deze oefening is afkomstig van ACT-grondlegger Steven Hayes. De zorgverlener stapt tijdelijk in de rol van de ‘uil’ en verwoordt daarbij hardop wat het hoofd vaak zegt: “Je bent het niet waard.” “Doe het morgen maar.” “Laten we gewoon dat eten pakken.”
Het doel is niet om die gedachten te corrigeren, maar om afstand te creëren en je gedachten ‘in de ogen te kijken’. Zo kan de ander ontdekken: “Dit is wat mijn hoofd zegt – en nu?” - De rugzak met stenen
De cliënt krijgt een rugzak of mand met stenen, waarbij elke steen staat voor iets zwaars in het leven. Vervolgens wordt gevraagd een klein parcours te lopen. Veel mensen gaan automatisch door. Dat moment wordt benut om te onderzoeken: wat doe je als het zwaar is? Pauze nemen? Hulp vragen? Of altijd doorgaan? “De stenen hoeven niet weg, want gedoe gaat niet altijd weg,” zegt Samsen. “Maar hoe je ermee omgaat, maakt verschil.”
Een nalatenschap op papier
Het nieuwe boek voelt voor Samsen als een afronding en een doorontwikkeling. “Tijdens het schrijven is het model verder gegroeid. Dit is mijn als het ware mijn legacy: een manier om ACT niet alleen te doen, maar te begrijpen.”

